De Telegraaf over Languedoc

Goddelijk vertier in Franse Languedoc-Roussillon
Daar waar de zon schijnt.  Bron: De Telegraaf, 24 april 2010
Jan Colijn

 

LANGUEDOC –  Leven als God in Frankrijk. Wie wil het niet? Maar het is ook voor de gewone sterveling weggelegd. Een villaatje huren in Frankrijk met een privézwembad, wat wil een mens nog meer…? Toegegeven, de prijzen zijn niet mals, maar als je buiten het hoogseizoen toeslaat, is de schade redelijk te overzien.

     

 

De prachtige stad Béziers.

 De regio Languedoc-Roussillon is rijkelijk bezaaid met deze villaatjes. En dat zal geen toeval zijn. Circa tweehonderd kilometer strand langs de azuurblauwe Middellandse Zee, een slordige driehonderd zonnedagen per jaar en vooral heel veel monumentale stadjes en dorpjes. Een van de onbetwiste blikvangers in dit deel van La Douce France is de Pont du Gard, een bijna tweeduizend eeuwen oud aquaduct. Een architectonisch hoogstandje van de toenmalige Romeinse overheerser. In de eerste eeuw na Christus waren de Romeinen op het idee gekomen een wateraanvoer naar Nîmes aan te leggen. Maar liefst duizend mensen werkten veertien jaar lang aan dit vijftig kilometer lange bouwwerk. Weliswaar heeft het overgrote deel van dit aquaduct de tand des tijds niet doorstaan, maar even ten zuiden van het plaatsje Uzès staat nog altijd een deel fier overeind. Het 49 meter en 275 meter lange hoge Pont du Gard, de beroemdste waterleiding ter wereld, prijkt sinds 1985 met een eervolle vermelding op de Werelderfgoedlijst van Unesco.  
     
Een van die andere publiekstrekkers in deze regio zijn de sluizen van het Canal du Midi, de in 1681 aangelegde 240 kilometer lange vaarverbinding tussen het Bassin de Thau en Toulouse. De Ecluses de Fonséranes is een uit meerdere sluizen bestaande watertrap even ten noorden van Béziers. Tientallen toeristen slaan nieuwsgierig de stuurmanskunsten gade van de schippers, die met hun bootjes door de nauwe watergang laveren en het telkens een trapje hogerop zoeken.
Het behoeft weinig fantasie waarom de middeleeuwse vesting van Carcasonne voor Walt Disney de voornaamste bron van inspiratie vormde voor het slot van Doornroosje. Dit uit de twaalfde eeuw stammende militaire bolwerk torent trots boven het slaperige stadje uit. Zodra je echter via de stadspoorten naar binnen gaat, heb je voortdurend het gevoel onder de voet te worden gelopen door hordes toeristen. De vesting is zonder twijfel ronduit indrukwekkend, maar wie allergisch is voor mensenmassa’s moet hier weg blijven, zoveel is al snel duidelijk.
Vele malen leuker is dan Pézenas, een klein stadje met een historisch centrum uitpuilend met patriciërshuizen uit de zestiende en zeventiende eeuw. Niet alleen op architectonisch vlak heeft Languedoc-Roussillon veel te bieden. Ook de natuurliefhebbers kunnen er hun hart ophalen. Vanuit de heuvels heb je veelvuldig majestueuze uitzichten over de streek. Waaronder het Cirque de Navacelles, een door driehonderd meter hoge rotswanden omringd amfitheater, op natuurlijke wijze uitgesleten in het gesteente. Of de omgeving rond Pont du Diable, de duizend jaar oude duivelsbrug over de Hérault-kloof. Jeugdige waaghalzen nemen vanaf de omliggende rotsen een duizelingwekkende duik in de diepte.
En dan zijn er natuurlijk de glooiende velden vol bloeiende zonnebloemen die zorgen voor een passend decor. Maar voor het ultieme Frankrijk-gevoel moet je toch in de talrijk bezaaide druivengaarden zijn. En dan genieten van een rondleiding die wordt afgesloten met een proeverij, gecompleteerd door Franse kazen. Om vervolgens uiteraard een of meerdere flessen mee huiswaarts te nemen. Mochten ze Nederland al halen, want de verleiding is onweerstaanbaar om ’s avonds bij je vakantievillaatje alvast de boel te ontkurken. Een zwoele zomeravond, tjilpende krekels, aan de rand van het zwembad met een glas Franse wijn: meer is er niet nodig om je God in Frankrijk te wanen.
 

Zien en doen

De druipsteengrotten Grotte des Demoiselles zijn verplichte kost voor de Languedoc-gangers. Met als onbetwiste hoogtepunt de ’toonzaal’ met ontelbare stalactieten en stalagmieten. En zelfs de meest verstokte atheïsten herkennen in een van deze beelden onmiskenbaar de Heilige Maagd Maria met het kindeke Jezus.
Vanuit de Languedoc is de Petite Camargue goed bereikbaar. Zoals de naam al doet vermoeden: de Camargue, een van Frankrijks beroemdste natuurgebieden dat wereldwijde bekendheid geniet om z’n witte paarden en flamingo’s, maar dan in het klein. De ongekroonde koning van deze regio is echter de stier – de biòu – die tevens de hoofdrolspeler is tijdens de courses camarguaises. Bij deze stierengevechten vloeit overigens geen bloed.
Bezienswaardigheid in dit gebied is de monumentale stad Aigues-Mortes met eind augustus Le Saint-Louis, het feest ter ere van de stichter van de stad met onder meer een middeleeuwse markt en verklede optochten.
Montpellier, Perpignan en Nîmes zijn de grootste steden in de regio en derhalve de voornaamste kandidaten voor een stedendagtrip.

Middeleeuws vertier in Carcassonne.

   

Reiswijzer

Vanuit Nederland wordt dagelijks gevlogen naar Zuid-Frankrijk. Vanuit Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Maar ook vlak over de grens vanuit Munster, Düsseldorf, Keulen en Niederrhein (Weeze). Bestemmingen zijn onder meer Marseille, Montpellier, Béziers en eventueel Nice. Zie ook: www.lowcostairlines.nl .
Maar natuurlijk is het ook mogelijk met de eigen auto de rit naar de zon te maken en dan eventueel halverwege overnachten in een hotel of, eigenlijk sfeervoller, in een B&B, of chambre d’hôtes zoals ze in Frankrijk heten.